Zondag 4 december 2016 

Begrippenlijst

  • @
    Synoniemen: at-sign en apenstaartje. Symbool dat het lokale deel scheidt van het domeindeel in een e-mailadres. De gebruikersnaam staat links van het apenstaartje, de domeinnaam staat rechts van het apenstaartje. Het teken @ wordt uitgesproken als het Engelse at. Het apenstaartje dat zo kenmerkend is voor E-mail adressen (naam@bedrijf.nl)is afkomstig van een Amerikaanse kassa, het commercial add teken, een a binnen een c.
  • Account
    Dit is wat je nodig hebt om op het Internet te kunnen. Je kan het vergelijken met een abonnement op een tijdschrift. Je betaalt een (maandelijkse, trimestriŽle, jaarlijkse) bijdrage aan een Internet Provider, en in ruil daarvoor krijg je een loginnaam en een paswoord (en meestal ook de meest gebruikte software). Tegenwoordig zijn er ook steeds meer gratis aanbiedersvan internet toegang.
  • Browser
    Een programma waarmee World Wide Web-pagina's geraadpleegd kunnen worden. Enkele veelgebruikte browsers zijn Netscape en Internet Explorer.
  • Database
    Een grote hoeveelheid informatie van hetzelfde formaat die elektronisch in één of meerdere bestanden bij elkaar is opgeslagen. De gegevens zijn geordend in records. De records bestaan weer uit een aantal velden, die (op een makkelijke manier) doorzocht kunnen worden. Met behulp van software kan men gegevens sorteren, aanpassen, toevoegen en bekijken. Een voorbeeld is een database met klantgegevens, waarbij men een klant kan zoeken op naam, of op geboortedatum. Wanneer je gebruik gaat maken van ASP of PHP zult u vrij snel met databases in aanraking komen. Ook wel een gegevens- of databank genoemd.
  • Domeinnaam / Domeinnamen (meervoud)
    Op het Internet is dit de naam van een computer, of van een groep computers, waarmee de elektronische (en soms geografische) locatie wordt aangegeven van de computer voor gegevenstransmissie. De domeinnaam omvat vaak de naam van een organisatie en bevat altijd een achtervoegsel van twee of drie letters dat de soort organisatie aangeeft of het land van het domein. Bijvoorbeeld: 'uwbedrijf.nl'. De domeinnaam wordt gebruikt om E-mail adressen (info@uwbedrijf.nl) en webadressen (www.uwbedrijf.nl) aan te duiden. In de domeinnaam 'uwbedrijf.nl' is 'uwbedrijf' bijvoorbeeld de naam van de organisatie en geeft '.nl' (voor Nederland) het land aan. Andere achtervoegsels die worden gebruikt, zijn '.com' (commercieel), '.gov' (overheid), '.edu' (onderwijsinstelling), '.info' (websites die informatieverstrekking als voornaamste functie hebben), '.biz' (business/handel), '.mobi' (websites voor mobiele telefoons), '.org' (organisatie, meestal een non-profit instelling) en '.net' (algemeen; soms commercieel en soms niet). Achtervoegsels van twee letters geven het land van het domein aan. Bijvoorbeeld '.be' (Belgie), '.uk' (Verenigd Koninkrijk), '.de' (Duitsland), '.jp' (Japan) of '.eu' (Europese domeinnamen). '.eu' is het achtervoegsel van Europese domeinnamen welke sinds 7 april 2006 de mogelijkheid bied om eu-domeinen te registreren. De domeinnaam '.eu' wordt in Europese landen ook wel gebruikt als de gewenste domeinnaam met het achtervoegsel van het betreffende land al reeds in gebruik is.
  • DNS-server
    DNS staat voor Domain Name Service. Een DNS-server zorgt dat een domeinnaam gekoppeld wordt aan het IP-nummer.
  • E-mail
    Elektronische post.
  • Homepage
    De startpagina van een website.
  • Host(ing)
    Websites staan ergens op een server, een computer direct aangesloten op internet. Zo'n server heet dan host (gastheer), het verhuren van ruimte op de harde schijven van zo'n computer voor het plaatsen van websites heet hosting, de verhuurder heet hosting provider.
  • HTML
    HyperText Markup Language. Een stelsel van opmaakcodes waarmee webpagina's kunnen worden gemaakt.
  • HTTP
    HyperText Transfer Protocol. De technische afspraken voor het verzenden van hypertext-documenten over het Internet, dus van webpagina's door een webserver naar uw browser.
  • Hyperlink
    Verwijzing naar een gerelateerd onderwerp binnen een website of daarbuiten op het web. Hyperlink wordt veelal afgekort tot link.
  • Internet
    Wereldwijd netwerk van gekoppelde computernetwerken.
  • Server
    Een computer die netwerk-taken vervult. Enkele verschijningsvormen rond het Internet: E-mail-server, Webserver en FTP-server.
  • Software (ASP / CGI / PHP)
    ASP
    Application Service Provider. Bedrijf dat het gebruik van zijn software via internet door derden mogelijk maakt. Een MKB ondernemer hoeft dan niet zelf meer te investeren in dure software, maar gebruikt die op afstand, en betaalt bijvoorbeeld alleen voor het daadwerkelijke gebruik. Er zijn allerlei varianten, de term wordt (nog) niet eenduidig gebruikt.
    CGI
    Common Gateway Interface. Een standaard die door programmeurs wordt gebruikt om hun programma's interactief met het World Wide Web te laten omgaan. CGI scripts kunnen in veel computertalen worden geschreven. C en Perl zijn de meest gebruikte talen hiervoor.
    PHP
    Een serverside scripttaal die je de mogelijkheid geeft een meer dynamische pagina te maken (denk aan polls, gastenboeken, etc), maar daarnaast nog veel meer mogelijkheden biedt.
  • URL
    Uniform Resource Locator. Het adres van een webpagina. Bijvoorbeeld: http://www.uwbedrijf.nl
  • Website
    Een verzameling gerelateerde webpagina's. Zie ook homepage.
  • WebTV
    Internet via een televisietoestel.
  • Wifi
    Techniek waarmee een computernetwerk draadloos met behulp van een radiozender en radio-ontvanger kan worden gebouwd. Er zijn geen kabels nodig in dit netwerk, maar slechts een insteekkaart in een computer. De netwerken zijn ideaal in situaties waarin sprake is van tijdelijke huisvesting. De techniek wordt ook gebruikt om bijvoorbeeld op Schiphol (hotspots) mensen toegang te geven tot internet.
  • WWW (World Wide Web)
    World Wide Web. Het Web is, net zoals E-mail, een functie op het Internet. Gebruikers kunnen met een muis surfen (rondkijken op meerdere websites) over de diverse en vaak onbekende computers op internet die met hun webpagina's samen het World Wide Web vormen.
  • Zoekmachine
    Websites waar men ťťn of meer trefwoorden op kan geven, waarover men informatie op het internet zoekt. Met de trefwoorden wordt in een grote database gezocht naar bijbehorende internetadressen (URL's), zoals in een telefoonboek. De database wordt gevoed door mensen die een website bij zo'n zoekmachine aanmelden, en door 'robots' die voortdurend het Web afspeuren naar nieuwe adressen, en kijken of oude adressen nog kloppen. Zij verzamelen naast de adressen ook gegevens voor de trefwoorden, niet alleen uit de tekst van de bezochte webpagina's maar ook uit de zogenaamde Meta-tags.